over coccinelle
Pedagogisch beleid
Inhoudsopgave
Voorwoord
1. Visie van Coccinelle op de kinderopvang
2. Doelstelling
3. Pedagogische doelen
3.1 Veiligheid, geborgenheid, vertrouwen en gezelligheid4. Opvoeding in de groep
3.2 Zelfstandigheid en zelfredzaamheid
3.3 Persoonlijke, sociale en emotionele ontwikkeling
4.1 Dagindeling5. Samen opvoeden
4.2 Normen en waarden in de praktijk
afscheid nemen
eten en drinken aan tafel
slapen
verschonen en zindelijk worden
spelen
corrigeren en belonen
feestvieren
5.1 De kennismaking
5.2 De intake
5.3 De wenprocedure
5.4 De overdracht
5.5 Zieke kinderen
5.6 Oudergesprekken
5.7 Ouderraad
Voorwoord
Kinderdagverblijf Coccinelle (´coccinelle´ is het franse woord voor ´lieveheersbeestje´) is een middelgrote particuliere instelling die haar deuren opende in februari 2001. Wij zorgen voor opvang voor baby´s, dreumesen en peuters. Dat doen we met een bewust beleid en duidelijke doelstellingen voor ogen.We hebben drie zogenaamde verticale groepen. Om een goede kwaliteit te garanderen wil Coccinelle niet meer dan 12 kinderen op deze groepen opvangen. Om meer kwaliteit te kunnen bieden willen we het aantal baby’s op de verticale groepen proberen terug te brengen van 4 naar 2 of 3 baby’s. Daarom heeft Coccinelle ervoor gekozen per 1 december 2009 ook een babygroep op te starten. Dit houdt ook in dat we meer doorstroom kunnen creëren in de wachtlijsten.
In de verticale groepen zitten kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Op deze groepen staan per dag twee vaste leidsters op 12 kinderen. In de babygroep vangen we kinderen op van 0 tot 1,5 á 2 jaar. Op deze groep staan per dag twee vaste leidsters op maximaal 9 kinderen. Binnen het kinderdagverblijf kunnen in totaal 45 kinderen opgevangen worden.
Duidelijke doelstellingen
Het belangrijkste doel is het verkrijgen en in stand houden van een plezierige en evenwichtige relatie tussen leidster en kind. Hiermee hopen wij uiteindelijk het zelfvertrouwen, de zelfwaardering en het verantwoordelijkheidsgevoel van de kinderen te bevorderen. Zaken zoals veiligheid, normen en waarden en persoonlijke ontwikkeling lopen dan ook als een rode draad door dit pedagogisch beleidsplan.
Kritisch blijven
Het pedagogisch beleidsplan is bedoeld voor ouders of verzorgers van de kinderen en voor de leidsters van Coccinelle. Via de ouderraad zal het proces, zoals beschreven in dit stuk, kritisch gevolgd worden. Dit pedagogisch beleid moet u zien als een leidraad die, in de loop der tijd en door veranderende inzichten, kan worden aangevuld en/of bijgesteld.
Samen beslissen
Bij het opzetten van Coccinelle is ervoor gekozen, om de besluiten zoveel mogelijk gezamenlijk te nemen. Daardoor ontstaat een groot draagvlak voor het beleid onder de leidsters. Bovendien maken we dan optimaal gebruik van de verscheidenheid aan kennis die de leidsters in huis hebben. En dat komt de kwaliteit van onze opvang ten goede.
Voor Coccinelle staan uiteraard de kinderen centraal. Daarnaast vinden wij, zoals gezegd, de inbreng en wensen van de leidsters van groot belang. Zij moeten immers met evenveel plezier als de kinderen naar Coccinelle komen.
Ter inzage
Ouders of verzorgers kunnen dit stuk ter inzage mee naar huis nemen om het te lezen en daarnaast is het ook via de website beschikbaar.
Namens alle collega’s van Coccinelle,
Veel leesplezier!
1 Visie van Coccinelle op de kinderopvang
Iedere leidster heeft een bepaalde kijk op hoe kinderen zich ontwikkelen, wat kinderen aan zorg nodig hebben en welke normen en waarden voor kinderen belangrijk zijn. De manier van kijken en dus de visie van het team is bepalend voor de manier van werken. Op Coccinelle gaan wij ervan uit dat ieder kind de drang in zich heeft om zich te ontwikkelen en dat doet hij/zij op zijn/haar eigen manier op basis van aanleg, talent en temperament. Ieder kind is uniek!Bij de opvoeding van kinderen is het handelen van de opvoeder en de totale omgeving van essentieel belang. Duidelijkheid, voorspelbaarheid en het aangeven van grenzen vinden wij belangrijk voor een goede ontwikkeling van kinderen op Coccinelle.
Een team van vaste personen is bij ons dan ook een uitgangspunt: het zorg ervoor dat er een gehechtheidrelatie kan ontstaan. Vanuit die basis van vertrouwen, oprechte veiligheid en geborgenheid kan een kind zich gaan ontwikkelen tot een eigen ik.
2 Doelstelling
Nu de visie van Coccinelle duidelijk is kunnen we die vertalen naar een concrete doelstelling en drie deeldoelstellingen:´Aan ouders en verzorgers van kinderen, in de leeftijd van 8 weken tot 4 jaar, opvang te bieden.´
- Daarbij geven we de kinderen de mogelijkheid zich te ontplooien op allerlei ontwikkelingsgebieden.
- Een belangrijk uitgangspunt blijft dat dit spelenderwijs gebeurt. Een kinderdagverblijf heeft specifieke mogelijkheden als het gaat om spelen in een grote groep kinderen. Juist door deze situatie wordt veel aandacht besteed aan de sociale ontwikkeling.
- Ten slotte heeft Coccinelle met haar leidsters en directie een verscheidenheid aan kennis en ervaring in huis. Uiteindelijk gebeurt dit alles dus onder toezicht van een deskundig team in een speciaal voor de kinderen ingerichte omgeving.
3 Pedagogische doelen
Onder pedagogisch doel verstaan we: ´een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een kind tot een evenwichtig mens met een positief zelfbeeld´.Om dit proces te kunnen verwezenlijken is het pedagogisch doel uitgewerkt in subdoelen, die voor Coccinelle de grondslag leggen voor ons pedagogisch handelen:
- Zorgen voor veiligheid, geborgenheid, vertrouwen en gezelligheid
- Stimuleren op het gebied van zelfredzaamheid en zelfstandigheid
- Ruimte bieden op het gebied van persoonlijke, sociale en emotionele ontwikkeling
3.1 Veiligheid, geborgenheid, vertrouwen en gezelligheid
Dit zijn vier aspecten die nauw met elkaar samenhangen. Hoe Coccinelle de samenhang tussen die termen ziet, leest u hieronder.Veilig
Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich veilig voelen op Coccinelle, omdat kinderen vanuit een veilige situatie zich verder kunnen ontwikkelen en hun eigen mogelijkheden en beperkingen kunnen ontdekken. Dit is onder andere te bereiken door als leidster een vertrouwensrelatie op te bouwen met het kind en de ouders en daarnaast een veilige, vertrouwde omgeving aan te bieden.
Vertrouwd
Het gevoel van vertrouwdheid, geborgenheid en veiligheid moet groeien. Het is een proces dat begint op de dag dat het kind voor het eerst op het kinderdagverblijf komt wennen. Kinderen moeten elkaar en de leidsters regelmatig (in principe 4 dagdelen) zien om elkaar goed te leren kennen, want kinderen leren door herkenning. Vaste personen en patronen, oftewel structuur, zorgen voor hechting tussen kinderen en leidsters. Vanuit deze basis, de vertrouwensrelatie, streven wij ernaar om het kind zoveel mogelijk geborgenheid en veiligheid te bieden.
Gezellig
Gezelligheid binnen de groep is voor Coccinelle van groot belang, dit blijkt uit de openheid en warmte van het team. Zowel groepsleidsters onder elkaar, als kinderen met elkaar, zorgen gezamenlijk voor een goede sfeer, zodat iedereen zich prettig voelt.
3.2 Zelfstandigheid en zelfredzaamheid
Om als mens zelfstandig te kunnen functioneren moet je als kind in de gelegenheid gesteld worden om wat te leren. We stimuleren kinderen in activiteiten die ze aankunnen. Wij zijn actief in het vinden van mogelijkheden waarin kinderen hun zelfstandigheid en zelfredzaamheid kunnen oefenen.Tijdens de dagelijkse bezigheden op de groepen doen zich vele situaties voor, waarin de kinderen in de gelegenheid worden gesteld om hun zelfstandigheid en zelfredzaamheid te oefenen. Zelfstandig eten, naar het toilet gaan, aan- en uitkleden. De leidsters stimuleren de kinderen door ze kleine opdrachtjes te geven. Daarnaast streeft iedere leidster ernaar om in haar groep vaste gewoonten te vormen met betrekking tot eetgewoonten en lichamelijke verzorging, afgestemd op het ontwikkelingsniveau van het individuele kind.
Zelfredzaamheid is nauw verbonden met de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek: kinderen kunnen pas zelfstandig brood eten als ze in staat zijn om iets vast te pakken of kunnen pas een sok aantrekken als ze de arm/beencoördinatie beheersen.
Eigen tempo
Door kinderen goed te volgen in hun pogingen om iets nieuws te leren, kunnen we op het juiste moment aanmoedigen of praktische hulp bieden. We houden rekening met eigen tempo en eigen mogelijkheden van de kinderen. Het belangrijkste is voor ons het plezier van het kind, wanneer het iets nieuws kan; wat uiteindelijk weer een bijdrage zal leveren aan het zelfbeeld.
3.3 Persoonlijke, sociale en emotionele ontwikkeling
Om een kind te laten uitgroeien tot een mens met een positief zelfbeeld, is zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde van groot belang. We streven er dan ook naar om kinderen met respect voor hun verschillende emoties te benaderen.Sociale ontwikkeling
Sociaal functioneren is een belangrijke vaardigheid die kinderen kunnen ontwikkelen op Coccinelle. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van een groepsgevoel, voor zichzelf kunnen opkomen en eigen verantwoordelijkheden kunnen dragen.
De situatie binnen een kinderdagverblijf geeft meer mogelijkheden tot contacten met andere kinderen dan de thuissituatie. Leidsters zijn er dan ook op gericht om relaties tussen kinderen te ondersteunen. In de praktijk betekent dit dat ieder kind zijn eigen positieve plek heeft in de groep, dat de kinderen elkaar herkennen of naar elkaar lachen, samen grapjes maken, kleine confrontaties samen oplossen, praten, samen spelen, of naast elkaar spelen met hetzelfde speelgoed.
Kinderen leren ook veel door naar elkaar te kijken en elkaar te imiteren. En ook zorg voor elkaar is iets wat kinderen in de groep leren. Grote kinderen kunnen helpen voor het zorgen van de kleinere kinderen. Als een leidster een kind troost komt vaak een ander kind toekijken. De leidster legt dan uit waarom een kind verdrietig is. Kinderen leren sociaal gedrag door voorbeelden.
Kinderen moeten weten welke vriendjes ze op een bepaalde dag kunnen verwachten. Dit kan op verschillende manieren binnen een groep gebeuren. Er liggen lijsten op de groep waar de namen op staan, er kunnen foto’s aan de wand hangen van de kinderen, maar er wordt ook iedere ochtend een welkomslied gezongen op de groep, waarin ieder kind benoemd wordt. Op deze verschillende manieren wordt er verwoord en verbeeld welke kinderen er aanwezig zijn.
De leidsters zorgen op de groepen zoveel mogelijk voor gezamenlijke momenten. Samen fruit eten, drinken, zingen, maar ook elkaar iets geven of helpen en speelgoed met elkaar delen.
Groepsregels geven hierbij structuur en duidelijkheid; zoals bijvoorbeeld niet gillen of rennen en wachten op elkaar.
Groepssamenstelling
De ontwikkeling van een kind wordt voor een groot deel bepaald door sociale contacten. Zowel op de verticale groepen als op de babygroep is het stimuleren van de sociale ontwikkeling van belang. Beide groepssamenstellingen brengen mogelijkheden met zich mee.
Emotionele ontwikkeling
Nauw verwant aan de sociale ontwikkeling is de emotionele ontwikkeling. Om contact te zoeken met anderen en zijn behoeftes aan de ander duidelijk te maken, is het van belang dat het kind zijn gevoelens kan uiten.
Kinderen kunnen zich op verschillende manieren uiten in hun emoties. Het gaat immers om intense gevoelens van boosheid, frustratie, angst en blijdschap. Wij vinden het van belang, ongeacht de gevoelens, dat deze serieus worden genomen.
Het gedrag wat het kind kan vertonen door bijvoorbeeld boosheid is echter niet altijd aanvaardbaar; bijvoorbeeld wanneer een kind boos is en dit op een ander kind afreageert door te slaan De leidster zal het kind dan corrigeren,verbaal of non-verbaal, en het kind mogelijk tot een andere manier van uiting laten komen. Op deze manier keur je nooit het kind en zijn gevoel af, maar enkel het vertoonde gedrag!
Leidsters hebben een andere relatie met kinderen dan ouders thuis. Ouders hebben een affectieve, emotionele en spontane relatie met hun kinderen. Leidsters gaan een meer “professionele relatie” aan met de kinderen, die overigens ook affectief is.
4 Opvoeding in de groep
Wanneer men bewust bezig is met het realiseren van het pedagogisch doel spreken we van pedagogisch handelen. De dagindeling van de groepen is de rode draad als het gaat om invulling geven aan het pedagogisch beleid.Waarden en normen worden overgedragen en geïntegreerd door de structuur. Vaste regels en afspraken creëren helderheid voor ouders, leidsters en kinderen.
4.1 De dagindeling
In de dagindeling wordt het pedagogisch beleid weerspiegeld. De beschreven dagindeling geeft aan hoe het er dagelijks in de verticale groepen aan toe gaat. Wanneer er aanleiding toe is, brengen we hierin veranderingen aan, bijvoorbeeld bij het vieren van feesten/thema’s en het aanbieden van 3+ activiteiten.Het dagschema van de babygroep zal het programma van de verticale groepen zo veel mogelijk doorlopen. Feit blijft dat op de babygroep meer op de individuele behoeften moet worden ingespeeld. Ieder kind heeft zijn eigen ritme en daarom zal het dagritme meer variabel zijn.
Dagprogramma verticale groepen:
| Ochtend | ||
| 07.00-08.00 | Vroege opvang | |
| 08.00-09.15 | Kinderen worden gebracht. Voor ouders bestaat de gelegenheid om koffie/thee te drinken en informatie uit te wisselen. Kinderen gaan vrij spelen. | |
| 09.15-09.30 | Kinderen krijgen de gelegenheid om naar het toilet te gaan, speelgoed gaan we opruimen. Fruithapjes worden klaargemaakt. | |
| 09.30-10.00 | Kinderen gaan aan tafel. Liedjes zingen en fruit eten en wat drinken. | |
| 10.00-10.30 | Mondjes/handjes wassen. Kinderen worden verschoond en sommige kinderen worden uitgekleed en gaan naar bed. De andere kinderen kunnen vrij spelen. | |
| 10.30-11.15 | Eén van de leidsters biedt een gerichte activiteit aan. Dit kan variëren van een boekje voorlezen, tot knutselen, tot lekker buiten gaan wandelen/spelen. | |
| 11.15-11.30 | Kinderen worden wakker en weer aangekleed, grote kinderen gaan naar het toilet. De tafel dekken en het speelgoed opruimen. | |
| 11.30-12.00 | Middageten | |
| Middag |
||
| 12.30-14.00 | Kinderen liggen op bed. De grote kinderen rusten met z’n allen op één groep. De zogenaamde ‘oppers’ kunnen lekker spelen op de andere groepen. Ook is er tijd om de groep schoon te maken. | |
| 14.00-14.30 | Kinderen aankleden en vlaflip maken. | |
| 14.30-15.00 | Vlaflip drinken/water drinken/koekjes eten. | |
| 15.00-16.00 | Sommige kinderen gaan weer naar bed, de andere kinderen doen een activiteit. | |
| 16.00-16.30 | Kinderen krijgen de gelegenheid om nog wat te drinken en kinderen onder een jaar krijgen eventueel nog een groentehap. De kinderen worden voor de laatste maal verschoond. | |
| 16.30-18.00 | Kinderen worden opgehaald. | |
| 18.00-19.00 | Verlengde opvang, waarin de mogelijkheid wordt geboden om warm te eten. ("Mocht er één collega aanwezig zijn op het kinderdagverblijf, gelet op het aantal kinderen conform wet kinderopvang, de achterwacht is tijdens de vroege en/of late opvang binnen 10 minuten op lokatie") |
4.2 Normen en waarden in de praktijk
Een kind kan niet opgroeien zonder waarden en normen. Iedere ouder is bezig met afwegen en afvragen in de opvoeding. ‘Wat gebeurt er als ik iets doe of nalaat?’Maar niet alleen ouders dragen waarden en normen over. Dat doet het hele referentiekader van het kind; waaronder ook het kinderdagverblijf valt. Ook op Coccinelle zijn verschillende waarden van belang. Bij waarden denken we na over wat waardevol is en welke waarden we voorop zetten. Normen zijn afgeleid van de waarden die we hebben en staan in dienst van deze waarden.
Graag zetten wij hieronder uiteen hoe wij onze normen en waarden in de praktijk brengen:
Afscheid nemen
Het brengen van het kind is een belangrijk moment van de dag. Het kind zal afscheid moeten nemen van zijn ouders. Sommige kinderen kunnen het extra moeilijk hebben met het loslaten met de vertouwde ouder. De belofte dat het kind later op de dag opgehaald zal worden, stelt hem/haar niet altijd gerust: iemand die uit het zicht verdwijnt, kan in de ogen van het kind definitief weg zijn.
Het is van belang dat het kind weet dat de ouder vertrekt en dat dit niet onopgemerkt gebeurt. De leidster zal het kind overnemen bij het weggaan van de ouder en vervolgens gaan ze samen zwaaien. Verdriet bij het afscheid mag, een knuffel of eventueel een speentje kan hierbij helpen. Ook kan een leidster het kind afleiden waardoor het zijn verdriet sneller vergeet. Dit proces kan bespoedigd worden door het afscheid nemen kort te houden. Ook door onzekerheid van de ouders over het achterlaten van hun kind, bestaat de kans dat het kind veel moeite heeft met afscheid nemen. Er is altijd een mogelijkheid, wanneer die behoefte er is, tot telefonisch contact met een van de leidsters.
Eten en drinken aan tafel
Fruit
Iedere ochtend rond half 10 wordt er samen fruit gegeten en worden er liedjes gezongen. Dit is ook de opening van de dag.
Appels, peren en bananen zijn ieder dag vers aanwezig. Voor de kleintjes worden er fruithapjes klaargemaakt. De grotere kinderen krijgen elk een bakje met stukjes fruit. Na het fruit eten krijgen de kinderen sap. Tot slot worden alle mondjes en handjes gewassen.
Middageten
Rond 11.15 gaan de kinderen opruimen met de leidster, terwijl de andere leidster de tafel gaat dekken. Ieder kind heeft een bordje en een beker en al het broodbeleg staat op tafel.
Om half 12 is het tijd voor boterhammen. Alle kinderen gaan aan tafel en we zingen gezamenlijk “smakelijk eten”.
De eerste boterham wordt met hartig belegd. Dit houdt in smeerkaas/worst of kaas/vleeswaren. De overige boterhammen mogen met zoet. Op Coccinelle wordt er ook rekening gehouden met diëten of wensen van ouders. Soms hebben we iets feestelijks voor de middag; tosti’s, knakworstjes en aardbeien vinden de kinderen heerlijk!
De boterhammen worden gesmeerd door de leidsters. Voor de kleinere kinderen worden er stukjes gemaakt en voor de grote kinderen gaat de boterham in twee stukken.
Wanneer alle boterhammen klaar zijn gaan we met z’n allen eten. We vinden het belangrijk om samen en in alle rust te eten. Naast het eten krijgen ze een (tuit)beker met melk.
De grotere kinderen worden gestimuleerd in het maken van keuzes, als het gaat om beleg, maar ook om het nemen van initiatief ”mag ik nog een boterham/melk”.
Ook wordt er gelet op het ‘netjes’ eten; dit houdt in niet proppen en niet met eten gooien.
De hoeveelheid boterhammen die een kind mag eten, is afhankelijk van wat de ouders aangeven. Wanneer alle kinderen klaar zijn met eten, worden mondjes en handjes gepoetst.
Vlaflip
‘s Middags rond half 3 gaan we aan tafel om vlaflip te drinken. De vlaflip bestaat uit yoghurt, vla, roosvicee en eventueel melk om het te verdunnen. Na de vlaflip mogen ze nog wat water drinken en krijgen ze een koekje, soepstengel of rijstwafel.
Groentehap
Wanneer kinderen onder een jaar te hongerig zijn om de groentehap thuis te eten, bestaat de mogelijkheid dat wij deze op Coccinelle geven. De groentehap wordt meegegeven door de ouders.
Voor kinderen boven een jaar, die gebruik maken van de verlengde opvang, is er de mogelijkheid om na 18.00 een groentehap te geven.
Flesvoeding
Iedere baby heeft zijn eigen ritme, of het nu gaat om slapen of eten. Coccinelle probeert zoveel mogelijk het ritme van de baby te volgen. De flesvoeding van de baby is dan ook afgestemd op het ritme van thuis. Ook kan er borstvoeding op Coccinelle gegeven worden. Er moet wel altijd reservevoeding aanwezig zijn in het vriesvak op de groep.
Slapen
Slapen is een dagelijks terugkerend ritueel op een kinderdagverblijf. Om alle indrukken en belevenissen van een intensieve dag op Coccinelle te verwerken, kan een rustperiode onontbeerlijk zijn.
Ieder zijn eigen slaapje
We kijken naar het slaapritme van het individuele kind. Het kan zijn dat een kind op Coccinelle, meer of minder slaapt dan thuis; afhankelijk van de invloed van de indrukken en belevenissen.
Elke groep heeft een eigen slaapkamer en we proberen het kind zoveel mogelijk in hetzelfde bedje te leggen. Wanneer een kind niet tot rust komt in de slaapkamer, waardoor het andere kinderen hun slaap ontneemt, proberen we het op een ander tijdstip nog een keer.
Slaapzak en knuffel
Veel kinderen op Coccinelle slapen in een slaapzak; door het bewegen worden vaak de dekens weggetrapt en door de slaapzak blijft het kind warm. De oudere kinderen slapen in een pyjama of T-shirt.
Veel kinderen maken gebruik van spenen en/of knuffels van thuis. Knuffels worden door het kind gevoeld als iets wat emotioneel met de ouders en thuis te maken heeft. Het zorgt voor een veilig en geborgen gevoel, waardoor het kind eerder tot rust zal komen.
Wiegendood
Wiegendood is helaas nog steeds een actueel onderwerp. Het kan zijn dat een kind een bepaalde houding heeft, waarin het graag slaapt. Wanneer een kind dan ook graag op zijn buik slaapt, zullen ouders hier toestemming voor moeten geven, middels een handtekening.
Altijd fris
Ten slotte: de bedden worden iedere week verschoond en de slaapkamers worden dagelijks gelucht.
Verschonen en zindelijk worden
Verschonen
Verschonen is een ritueel wat de gehele dag door terugkomt. Daarnaast zijn er vaste verschoonmomenten: voor en na het slapen en eten, voor het naar huis gaan. Verschonen is niet alleen een hygiënische aangelegenheid, maar tevens een contactmoment.
Zindelijk worden
Het kind geeft zelf aan wanneer hij toe is aan zindelijkheidstraining. Dit neemt niet weg dat ouders of Coccinelle hem hierin kunnen stimuleren. Pas wanneer ouders gaan oefenen zal Coccinelle hier op inspelen. We laten het kind kennismaken met het potje en later het toilet.
Een kind mag niet verplicht worden om op een potje te gaan zitten, het moet zelf willen!
Ook de zindelijkheidstraining kent vaste momenten. Deze komen overeen met de verschoonmomenten. Kinderen die aan het oefenen zijn lopen mee naar het toilet en hebben zelf de keuze of ze op het potje willen. Wanneer een kind daadwerkelijk zindelijk is, zal het zelf aan kunnen geven wanneer het naar het toilet moet.
En na het plassen …… handjes wassen!
Spelen
Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Spelenderwijs ontdekken kinderen zichzelf en de wereld om hen heen. Spelen draagt bij aan de ontwikkeling van hun lichaam, verstand, gedrag, taal, gevoel en fantasie.
Spel is een ruim begrip. Voor Coccinelle staat voorop dat het kind er plezier aan beleeft.
Iedere leeftijd heeft bepaalde kenmerken als het gaat om spelbeleving:
De baby…
…speelt hoofdzakelijk alleen, hij is nog vrij passief. De hersenen moeten zich nog gedeeltelijk ontwikkelen. Zijn spel is gericht op zintuiglijk plezier en bewegen. Het is ´bewegen om het bewegen´. De behoefte aan ‘echt’ speelgoed is er daarom nog niet. Alles kan speelgoed zijn. Na verloop van tijd gaan baby’s met hun eigen lichaam spelen. Brabbelen, geluidjes maken en mond- bewegingen horen bij dit spel. Zij gaan uit zichzelf op ontdekkingstocht. Op de groepen is er dan ook materiaal aanwezig om naar te kijken, te luisteren, in beweging te zetten, te betasten en te beproeven.
De dreumes…
… speelt nog niet samen met, maar naast andere kinderen. De dreumes ontdekt spelenderwijs wat hij wel of niet met iets kan doen. Hij doet uiteindelijk datgene met de dingen waarvoor ze min of meer bestemd zijn. Dreumesen hebben elkaar voornamelijk nodig om elkaar na te bootsen. Voor zover ze elkaar betrekken in hun eigen spel wordt de ander spelobject.
De peuter…
… is sterk in ontwikkeling als het gaat om sociale vaardigheden. Ze hebben dus meer mogelijkheden om te kunnen spelen naast elkaar, maar soms ook al met elkaar. Zijn spel wordt ingewikkelder en krijgt steeds meer een bepaalde bedoeling.
De peuter heeft niet meer alleen interesse in bewegend en zintuiglijk materiaal, maar ook constructie- en expressiemateriaal.
De 3+ er…
De 3-plusser kenmerkt zich door onder andere zijn of haar leeftijd. Toch is dit niet voldoende.
Niet alle kinderen van 3 jaar en ouder vertonen het “typische 3+ gedrag”. Meestal zijn het de kinderen waarvan de groepsleiding zegt: “Dat kind is echt aan de basisschool toe”. Daarmee bedoelen we dat we zien dat een kind toe is aan meer uitdaging dan de activiteiten en/of het spelmateriaal dat op de leefgroep hen word aangeboden.
Om het verblijf op Coccinelle ook voor deze kinderen aangenaam en leerzaam te maken bieden wij ze wekelijks 3+ activiteiten aan. Dit is een activiteit specifiek gericht op de ontwikkeling van een 3 jarig kind. Hieraan nemen alleen de kinderen van 3 jaar en ouder deel. Het doel is deze kinderen spelenderwijs de uitdaging te bieden die ze nodig hebben om de natuurlijke wil om te leren te laten bestaan. Het is overigens geen “moeten”: wil het kind niet meedoen, dan is dat ook goed.
Spelen met begeleiding
Op Coccinelle komen alle spelbelevingen en interesses voor. Kinderen zien veel van elkaar en leren daardoor van elkaar. De rol van de leidster in het spel is zorgen voor een veilige en vertrouwde omgeving. Zij stimuleert, begeleidt en geeft het kind complimenten tijdens spel- en activiteitsituaties.
Wanneer een kind ouder wordt, zal de begeleidende rol verkleinen. Op deze manier zal het kind meer voldoening en zelfvertrouwen krijgen, doordat het iets helemaal alleen kan doen. De groepsleidster zal enkel ingrijpen wanneer er gevaar dreigt, de sfeer op de groep negatief wordt beïnvloed en/of andere kinderen in hun spel belemmerd worden.
Wanneer kinderen klaar zijn met spelen wordt er door de groepsleidsters gevraagd of zij het ook zelf op willen ruimen. Samen met hen zullen ze de spullen opruimen, op de plaats waar het hoort. Door het opruimen leren de kinderen ordenen, sorteren en verantwoordelijkheid te dragen. Ook vind Cocinelle het van belang dat er rust heerst op de groep en dat wordt moeilijk als er door de gehele ruimte speelgoed ligt.
Buiten spelen
Frisse lucht en daglicht is gezond voor ieder mens. Wanneer het weer het toelaat, gaan we elke dag minstens 1 keer naar buiten. We kunnen wandelen in het park, of spelen in de tuin van Coccinelle.
Wanneer we gaan wandelen, zitten de kinderen die nog niet kunnen lopen, of moeilijk lopen, in de wandelwagens. De kinderen die kunnen lopen, houden elkaars hand vast, of die van de begeleidster. Er lopen maximaal twee kinderen per begeleidster, vanwege de veiligheid. Ook heeft de begeleidster altijd een mobiele telefoon bij zich. Wanneer zich een incident voordoet, kan zij altijd contact opnemen met Coccinelle.
Buiten in de tuin hebben de kinderen de gelegenheid om te fietsen, in de zandbak te spelen en zich natuurlijk helemaal uit te leven. Baby’s gaan ook naar buiten; zij zitten in de wandelwagen of met mooi weer op een kleed in de tuin.
Corrigeren en belonen
Wanneer je in contact staat met een kind ontstaan er uiteraard ook wel eens conflictsituaties.
Het zou niet goed zijn als deze er niet waren, er is namelijk sprake van een ‘leerproces van waarden en normen’. Als opvoeder ben je bezig met een voorbeeldfunctie en als kind ben je op zoek naar het ontdekken van grenzen.
Corrigeren
Als men aan conflicten denkt, komen er vaak negatieve associaties naar boven: duwen, trekken, afpakken, huilen, strijd, niet luisteren etc. Maar waar het vaak ook om draait bij kinderen is onduidelijkheid en het ontdekken van grenzen en …. Wat is daar nu zo negatief aan? Hoort dit niet bij ontwikkeling van een eigen ik?
Coccinelle vindt het dan ook van groot belang om voor het aangaan van een conflict, na te gaan waar het gedrag van het kind vandaan komt. ‘Waarom wil het kind niet drinken?’ Misschien kom je er wel achter dat het kind gewoon keelpijn heeft.
Natuurlijk is dit niet altijd het geval. Kinderen zijn bezig met het ontdekken van de wereld en hun plaats hierin:’Wat kan ik wel, wat niet en waar ligt de grens’. Het valt niet mee om vanuit een situatie te komen waarin je rust en aandacht krijgt van je ouder, deze in een keer te krijgen van een ander en hem dan ook nog eens te moeten delen.
Aan de hand van een voorbeeld leggen we graag uit hoe wij het gedrag van kinderen corrigeren:
Ivo is met de poppenwagen door de groep aan het rijden. Marieke is ergens anders aan het spelen en ziet ineens Ivo voorbij komen.’ He, dat is leuk,’ denkt ze. ‘Die wagen wil ik ook wel’. Marieke loopt naar Ivo en duwt hem opzij. De leidsters kijken hoe Ivo hierop reageert.
Ivo kijkt Marieke even vreemd aan, maar na enkele seconden loopt hij op haar af en duwt haar terug. Ivo pakt weer de poppenwagen en loopt verder.
Ivo kijkt Marieke even vreemd aan, maar na enkele seconden loopt hij op haar af en duwt haar terug. Ivo pakt weer de poppenwagen en loopt verder.
Wanneer zich een conflictsituatie op Coccinelle voordoet en het kind weet dat iets niet mag zullen we eerst proberen het gedrag te negeren. Op die manier zal het kind geen aandacht krijgen van de groepsleiding en zal het ‘spel’ minder leuk en interessant worden. Ook geef je een ander kind de gelegenheid om het zelf op te lossen, waardoor hij een voldaan gevoel heeft.
Marieke kijkt Ivo nu erg boos aan, dat had ze niet verwacht. ‘Ik wil die poppenwagen,’ denkt ze. Weer loopt ze naar Ivo en slaat hem. Ivo begint te huilen en Marieke schrikt van zijn reactie en kijkt angstig naar de groepsleidsters. Ze weet dat ze’ iets’ fout heeft gedaan. Een van de groepsleidsters loopt naar Ivo toe en troost hem Tegen Marieke zegt ze:’ Nee Marieke, je mag niet slaan, dan moet Ivo huilen, dat doet pijn. Geef hem maar een kus en dan kunnen jullie misschien samen met de poppenwagen rijden? Kom maar, samen achter de wagen.’
Soms is gedrag niet te negeren, met name wanneer er gevaar dreigt of het andere kinderen betreft. Afhankelijk van de bedoeling van het kind zal het gecorrigeerd worden. De leidster laat dan zien op welke manier het ook kan, zonder dat er een conflictsituatie ontstaat.
Even lijkt het allemaal goed te gaan, maar na een rondje vindt Marieke het toch echt tijd worden dat Ivo even helemaal weggaat bij de poppenwagen. Ze slaat hem nogmaals en knijpt hem ook heel hard in zijn arm. Ivo is nu helemaal overstuur en Marieke…zij lacht en rijdt weg met de poppenwagen.
Tijd om boos te worden op Marieke. Wat ze nu heeft gedaan, kan echt niet en dat moet ook aan haar duidelijk gemaakt worden. De groepsleidster pakt haar op en zet haar even op de bank: ‘Marieke, ik vind het niet leuk dat je Ivo weer pijn doet. Blijf maar even op de bank zitten.’ De groepsleidster loopt weg en Marieke blijft beteuterd zitten.
Na enkele minuten komt de groepsleidster terug en vraagt aan Marieke of ze nu weer rustig kan spelen, zonder Ivo pijn te doen: ‘Ok? Vriendjes?’
Tijd om boos te worden op Marieke. Wat ze nu heeft gedaan, kan echt niet en dat moet ook aan haar duidelijk gemaakt worden. De groepsleidster pakt haar op en zet haar even op de bank: ‘Marieke, ik vind het niet leuk dat je Ivo weer pijn doet. Blijf maar even op de bank zitten.’ De groepsleidster loopt weg en Marieke blijft beteuterd zitten.
Na enkele minuten komt de groepsleidster terug en vraagt aan Marieke of ze nu weer rustig kan spelen, zonder Ivo pijn te doen: ‘Ok? Vriendjes?’
De situatie liep uit de hand en de groepsleidster moest Marieke nu echt afremmen, door haar uit de situatie te halen. Op Coccinelle zal een kind op deze manier gecorrigeerd worden. Het kind mag op dat moment niet meer met het speelgoed spelen.
We vinden het wel belangrijk dat je niet Marieke als persoon afkeurt. Dit kun je voorkomen door enkel haar gedrag af te keuren: ‘Marieke, ik vind het niet lief van je dat je Ivo slaat.’
Ook het belonen van een ander kind, kan het kind stimuleren tot het tonen van ‘correct’ gedrag.
Wanneer een conflictsituatie telkens terugkeert, overleggen we met de ouders. Door samen te observeren en één lijn te trekken als het gaat om corrigeren, geeft dit structuur en duidelijkheid aan het kind.
Belonen
Belonen wordt zowel verbaal als non-verbaal gedaan.Onder verbaal belonen verstaan wij een positieve benadering van het kind. Complimenten geven en stimuleren is dan ook in het handelen van groepsleidsters geïntegreerd. Het leren van normen en waarden kan immers alleen door het opdoen van een positieve ervaring.
Ook non-verbaal kun je een kind belonen. Bijvoorbeeld door een aai over zijn bol of een glimlach.
Feestvieren!
Het vieren van feesten hoort erbij! Feestvieren draagt bij aan het groepsgevoel en zorgt voor spanning en afwisseling. Tegelijkertijd leren de kinderen omgaan met hun eigen emoties zoals vrolijkheid, angst en verlegenheid. Over het algemeen worden de vieringen op een bescheiden wijze gevierd. Belangrijk vinden wij dat het gezellig is.
Op Coccinelle besteden we aandacht aan het vieren van verjaardagen en een afscheid, maar ook aan traditionele vieringen zoals Sinterklaas, Kerst en Pasen.
Verjaardagen
Wanneer een kind jarig is, maken we een feestmuts en een aankondiging. Zo kan iedereen goed zien wie er jarig is en hoe oud het kind is geworden.
Met de ouders spreken we af hoe laat we het feest gaan vieren. Ouders mogen natuurlijk bij dit feest aanwezig zijn. Het vieren van verjaardagen is immers niet alleen een spannende en belangrijke dag voor de kinderen maar ook voor de ouders. Foto’s mogen dus gemaakt worden!
Tijdens het feest gaan alle kinderen aan tafel en we zingen verjaardagliedjes. Hierbij krijgen de kinderen ook ieder een muziekinstrument. Na het zingen krijgen ze limonade en mag de eventuele traktatie uitgedeeld worden. Als afsluiting van het feest krijgt het kind een verjaardagscadeau van Coccinelle.
Afscheid
Als een kind afscheid neemt op Coccinelle, mag dit ook gevierd worden. Er breekt voor het kind een nieuwe en spannende periode aan. Hij kan deze dag afscheid nemen van zijn vriendjes en de groepsleidsters. Ook is het voor de andere kinderen duidelijk dat het kind vertrekt. De groepsleiding zal zorgen voor een leuke herinnering, in de vorm van een afscheidsboek; met foto’s, plaksels en knutselwerkjes.
Traditionele vieringen
In de periode voor Sinterklaas, Kerst en Pasen besteden we aandacht aan het aankleden van de groepsruimtes. Samen met de kinderen worden de versieringen gemaakt. Ook zingen we liedjes en vertellen we verhalen rondom het thema.
5 Samen opvoeden
Voor veel ouders is het niet eenvoudig om de stap te nemen hun kind te plaatsenop een kinderdagverblijf. “Het is nog zo klein, moet ik wel al gaan werken?” is een gedachte die door je hoofd spookt bij het nemen van zo’n beslissing.
Wij vinden dat de opvoeding van het kind in handen blijft van de ouders. Wanneer een kind Coccinelle bezoekt, is samenwerking en afstemming van groot belang om de basis van de ouderlijke opvoeding te handhaven. De ouders en Coccinelle moeten dus van elkaar weten wat zij belangrijk vinden, om zo vertrouwen in elkaar te krijgen. Op die manier kan een kind zich binnen een sfeer van veiligheid en geborgenheid verder ontwikkelen.
Voorwaarden voor een goede samenwerking vinden wij:
- Respect hebben voor elkaar
- Vertrouwen hebben in elkaar
- Luisteren naar elkaar
- Vragen durven stellen
- Overleggen met elkaar
- Duidelijkheid creëren en hiernaar durven vragen
- Omgaan met opbouwende kritiek
Een goede opbouw van de samenwerking is noodzakelijk en komt tot uiting in onze werkwijze. Die werkwijze zetten wij hieronder voor u uiteen.
5.1 De kennismaking
Wanneer er een plaats vrij is op Coccinelle, nemen we contact op met de ouders van het kind. We maken dan een afspraak voor een kennismakingsgesprek. Dit gesprek richt zich met name op de organisatorische aspecten van Coccinelle. Tijdens die ontmoeting worden de ouders rondgeleid in het gebouw en krijgen ze informatie over de ontstaansgeschiedenis en werkwijze van Coccinelle. Ook wordt er wat verteld over de groepen. Vervolgens krijgen ouders schriftelijke informatie mee over het kinderdagverblijf in de vorm van een informatieboekje. Wanneer er nog steeds belangstelling is voor het plaatsen van het kind, maken we een afspraak voor een intakegesprek.5.2 Het intakegesprek
Voorafgaand aan de plaatsing worden de ouders, eventueel samen met het kind, uitgenodigd voor een intakegesprek. Tijdens dit gesprek leggen we de basis voor een vertrouwensrelatie tussen ouders en het kinderdagverblijf.Centraal binnen het intakegesprek staat de uitwisseling van informatie over de verzorging en opvoeding van het kind. Er wordt gevraagd naar de wensen van ouders om dit zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Al deze informatie nemen we op in een zogeheten ‘intakelijst’. Deze lijst komt vervolgens in het persoonlijke overdrachtsrapport van uw kind.
Vanaf dit moment is het duidelijk op welke groep we uw kind plaatsen. Een vaste groepsleidster geeft u tijdens dit gesprek specifieke informatie over de groep en zijn samenstelling.
Ook maken we tijdens dit gesprek afspraken over de “wendagen”.
5.3 De ‘wenprocedure’
De eerste kennismaking van het kind met Coccinelle is van groot belang voor alle partijen:- voor het kind, om veilig en vertrouwd te raken met de groepsleiding en omgeving;
- voor ouders, om te wennen aan de nieuwe situatie;
- voor de groepsleiding, om een beeld te krijgen van het kind.
Voor de wenperiode moeten al deze partijen dus ook goed voorbereid zijn. Een voorbeeld van een goede voorbereiding is dat wanneer een kind alleen nog borstvoeding heeft gehad, het thuis al oefent met de fles. Op die manier confronteer je het kind niet met nog meer veranderingen. Een ander voorbeeld van een goede voorbereiding is het creëren van herkenning bij het kind als het gaat om slaap- of eetgewoontes, of het meegeven van een vertrouwde knuffel of speen.
Kort of lang wennen?
De eerste keer dat het kind komt wennen, zal het niet langer dan een half dagdeel komen spelen. Na deze ochtend zal er in overleg met ouders worden afgesproken of een kind nog een dagdeel of een hele dag komt wennen. De totale wenperiode zal variëren van twee tot vier dagen.
Bij het ene kind is de gewenningstijd kort, bij het andere kind wat langer. Wij weten uit ervaring dat we er toch de tijd voor moeten nemen. Forceren werkt nadelig voor het gewenningsproces. Het kind mag de tijd en ruimte hebben om zijn gevoelens en emoties te verwerken. Wij vinden het dan ook van groot belang dat de ouders tijdens de wenperiode steeds in de gelegenheid zijn om het kind eventueel op te halen. Het belang van het kind staat immers voorop!
Samen wennen
Op Coccinelle zijn deskundige leidsters werkzaam, die ervaring hebben met de wenprocedure. We weten dus dat het voor de meeste ouders ook wennen is om het kind op een kinderdagverblijf achter te laten. Daarom vinden wij het gewenst dat ouders en leidsters, tijdens de wenprocedure, telefonisch contact onderhouden om te laten weten hoe het met het kind gaat.
5.4 De overdracht
Iedere ochtend wanneer een kind gebracht wordt, vindt er een mondelinge overdracht plaats. Ouders vertellen de bijzonderheden die er gebeurd zijn, zodat de leidsters in kunnen spelen op de belevingswereld van het kind. Ook wanneer het kind wordt opgehaald is er een mondelinge overdracht. Deze kan ondersteund worden door de overdrachtsmappen. Wanneer kinderen naar de verlengde opvang gaan en ouders hen daar ophalen, zorgen we voor overdracht via het ‘verlengde opvang rapportage schrift’.Schriftelijke overdracht
Voor kinderen tot een jaar is er een schriftelijke vorm van rapportage en wanneer een kind boven een jaar net geplaatst is op Coccinelle, zal er de eerste drie maanden ook een schriftelijke vorm van rapportage plaatsvinden. Dit doen we in de vorm van overdrachtsmappen. Ieder kind heeft zijn eigen map waarop slaap-, eet- en drinkpatronen zijn weergegeven. Ouders vullen deze ’s morgens in en de groepsleiding zorgt voor aanvulling gedurende de rest van de dag.
Deze vorm van rapportage vinden wij belangrijk, omdat we zicht willen krijgen op het ritme van het kind en omdat we zo eventuele problemen kunnen signaleren. Denk bijvoorbeeld aan te weinig drinken of onregelmatige ontlasting.
5.5 Zieke kinderen
Ziekte is een ruim begrip. Er ontstaat daardoor regelmatig discussie of een kind met bepaalde ziekteverschijnselen naar Coccinelle mag komen of thuis moet blijven. Wij ´weren´ kinderen in principe alleen als er een diagnose is vastgesteld door een arts van een besmettelijke ziekte volgens de richtlijnen van de GGD.Maar wat als een kind op Coccinelle ziek (of zieker) wordt? Dan realiseren we ons allereerst dat niet elke gedragsverandering door ziekte wordt veroorzaakt en het is zeker niet de bedoeling dat je als leidster een diagnose gaat stellen. Het gaat erom te beslissen of het kind in de groep kan blijven of ouders te informeren of ze het kind op kunnen halen.
Wie beslist?
De beslissing of een kind al dan niet in de groep kan blijven, wordt dus in principe genomen door de groepsleiding en leidinggevende. We moeten daarbij natuurlijk rekening houden met het belang van de andere kinderen en de groepsleiding zelf. Zodra er een 1 op 1 situatie ontstaat, worden de ouders geïnformeerd en verzocht om het kind op te halen. Maar natuurlijk staat het belang van het zieke kind voorop. Want als je niet lekker bent, wil je het liefst in je eigen veilige omgeving zijn, in je eigen bedje!
Als een kind koorts heeft (38.5c+), lichten we ouders altijd in. Afhankelijk van hoe het kind zich voelt, overleggen we met de ouders of het noodzakelijk is dat het wordt opgehaald.
Geen aspirines
Op Coccinelle geven wij geen aspirines. Wij zijn namelijk van mening dat wanneer een kind een aspirine nodig heeft, het te ziek is om op Coccinelle te blijven. Het kan natuurlijk wel gebeuren dat kinderen 40 graden koorts hebben en ouders onderweg zijn. Voor die situaties hebben we paracetamol in huis die we in overleg met ouders kunnen geven.
Noodgevallen
Wanneer een kind ineens ernstig ziek wordt, bijvoorbeeld door benauwdheid, bewusteloosheid of door een ongeval, waarschuwen we eerst een arts en vervolgens de ouders. Let wel, dit gebeurt uiteraard alleen als er sprake is van een acute noodsituatie.

